Home Header

De “Londoner Omnibus”

In 1828 verscheen in de straten van Londen de eerste omnibus, voortgetrokken door paarden.
De “Londoner Omnibus” van Stal Wouters is uniek in Nederland. Twee trotse paarden staan voor de koets. Met een trapje komt u boven op de koets. De houten bankjes worden ‘gardenseats’ genoemd, naar de officiële tuinbankjes zoals ze in London in de tuinen stonden. Onderin de koets staan comfortabele banken overtrokken met zacht bruin fluweel.

Boven een mooi uitzicht, binnen lekker warm en comfortabel

Door de hoge zitplaatsen bovenop is deze koets zeer geschikt om bijvoorbeeld tijdens een rit langs de Vecht, volop te genieten van het prachtige uitzicht om u heen. Met de draailadder klimt u met alle gemak naar boven. Zit u liever binnen? Wilt u even een dutje doen? Ook dat kan. U kunt daar, terwijl u door de ramen naar buiten kijkt en ook van uw omgeving geniet, de warmte opzoeken, uitrusten, een gesprekje voeren met uw medepassagier of even een dutje doen...
De Londoner Omnibus is zeer geschikt voor een groot gezelschap. Met 25 personen beleeft u een onvergetelijke dag. U waant uzelf in de verleden tijd, u vergeet dat we in de 21ste eeuw leven en u beleeft een unieke ervaring op of in deze prachtige koets.

Zo was het...

  • “Publieke vervoermiddelen geven ruimschoots de gelegenheid tot bestudering van onze medemens. En misschien een omnibus wel het allermeest. Een postkoets, die een lang traject aflegt is niet te versmaden, maar daar zitten slechts zes passagiers binnen in, en meestal dan nog van het begin tot het eindpunt. Bovendien worden de mensen na een uur of twaalf meestal prikkelbaar, en bovendien verliest men alle eerbied voor iemand die met een slaapmuts op een tijd heeft zitten slapen. (…) Daartegenover staat, dat men al deze ergernissen nooit kan ondervinden in een omnibus: om te beginnen wisselt het publiek daar voortdurend, alsof het figuurtjes van een caleidoscoop waren, misschien minder schitterend, maar oneindig amusanter. (…) Het hoogste in onze waardering staat de bus waarmee we elke dag naar ons werk in de City rijden. Het uiterlijk ervan is bontgekleurd, het interieur eenvoudig, en de conducteur een voorbeeld van toewijding. Deze jongeman is zo fanatiek, in het belang van zijn werkgevers (!), dat hij geregeld in moeilijkheden raakt, en soms in het verbeteringshuis, wat hem nooit weerhoudt na afloop daarvan weer enthousiast opnieuw te beginnen…”.
    (Uit een bundel ‘schetsen’ van 1836 Charles Dickens)